Monday, July 20, 2009

Homilie zestiende zondag door het jaar

We horen veel over schapen en herders in het Evangelie. Het waren herders die als eerste bij de kribbe kwamen, Jezus noemt zichzelf de Goede Herder en ook vandaag horen we het thema van de goede en de slechte herders terugkeren. Je zou soms kunnen denken dat de veehouderij de belangrijkste activiteit was in Israël. Dat Israël bestond uit enkele steden, met daartussen vooral weidegronden vol schapen en herders. Dit beeld is echter onjuist. Zowel in Judea als in Galilea leefde men hoofdzakelijk van de landbouw. Herders lieten de kuddes vaak op landbouwgronden weiden, zodat de schapen voor bemesting zorgden. Vanaf oktober werd het land opnieuw ingezaaid. De kuddes trokken dan naar het grasland in de buurt van de landbouwgronden. Andere kuddes leefden het hele jaar in het woestijngebied.Een goede herder was iemand die zijn kudden bijeen hield, die geen schapen verloren liet lopen, die zijn schapen niet liet roven door wilde dieren maar ook iemand die zijn schapen niet liet grazen op ingezaaide landbouwgronden. Een goede herder beschermde dus zijn schapen maar zorgde er ook voor dat zijn schapen zich bewogen binnen de maatschappelijke grenzen en regels.


 

Zij waren als schapen zonder herder, en Jezus voelde medelijden met hen. Hij begon hen te onderrichten.

 

Veel schapen menen dat ze geen herder nodig hebben en andere schapen weten beter hoe de schaapskudde te hoeden dan de herder zelf. Veel herders menen dat ze beter schaap onder de schapen kunnen zijn, dan de kudde werkelijk de weg te wijzen en afdwalende schapen te gaan zoeken en terug te brengen in de veiligheid van de kudde. Herders die zwijgen over de wolf die schapen rooft en die liever niet praten over het akkerland waar de schapen van weg moeten blijven, weiden hun kudde wel met zachte hand, maar ze laten, zoals de Schrift het zegt, hun kudde omkomen en verloren lopen.

 

Zij waren als schapen zonder herder en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.

 

Waarover moesten zij onderricht worden? Waarover moeten wij onderricht worden? Veel christenen leggen de nadruk op het volgen van de Herder. Als je nu maar de Herder in geloof aanvaardt, dan komt het wel goed met je. Andere christenen menen dat als ze maar goed hun best doen lief te zijn voor elkaar, de Herder wel tevreden zal zijn. Blijf bij de kudde, ben lief voor elkaar, en het leven is rustig en goed op grazige weiden.

 

Jezus’ onderricht gaat echter over meer. Hij wijst ons niet de weg van geloof alleen, en evenmin de weg van lief zijn voor elkaar. Jezus vergeeft de zonde, maar geeft ook opdracht niet meer te zondigen. Er staat immers geschreven: Wees heilig, want Ik ben heilig. Het is niet genoeg in de Herder te geloven, want Jezus zegt “Niet ieder die Heer! Heer! tegen Mij zegt, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan, maar alleen hij die de wil doet van mijn Vader in de hemel.”

 

De schapen die niet de weg van de Herder gaan, worden gedood door wilde dieren of zij vreten landbouwgronden leeg en geven zo aanstoot en zij doen schade aan de gehele kudde.

 

De herder die onderricht geeft aan de kudde wijst zo niet alleen de weg naar een prettig leven met voldoende gras, maar ook de weg naar een deugdzaam leven, een leven dat niet door eigenwijsheid eindigt tussen de tanden van de wolf en een leven dat geen aanstoot geeft en geen schade toebrengt aan anderen.

 

Een schaap dat zo onderricht is, en toch afwijkt van de weg van de Herder, krijgt van de goede Herder steeds opnieuw de kans om terug te keren naar de goede weg.

 

Ongeveer een week geleden schreef onze bisschop een brief aan allen actief in de parochies. Speciaal aan de priesters, de herders van het bisdom, vraagt hij dat zij zich drie zaken eigen maken: aandacht voor het gebed, eerbied voor de Eucharistie en aandacht voor het sacrament van verzoening, de biecht. Hij schrijft: “Het is goed dat wij met tact en voorzichtigheid omgaan met het sacrament van verzoening, maar het is eveneens vereist dat wij dit sacrament duidelijk presenteren. Moge de overtuiging in ons groeien dat dit sacrament een kostbaar en waardevol sacrament is voor onszelf en voor onze broeders en zusters. En in de mate waarin wij als priesters dit sacrament een plaats kunnen geven in ons eigen leven zullen wij ook onze gelovigen kunnen helpen dit sacrament een plaats te geven in hun leven. Laten we zoeken naar mogelijkheden gedurende dit jaar.”

 

Wie werkelijk luistert naar Jezus Christus, weet dat ons geloof en onze werken maken dat we bij Zijn kudde blijven behoren, of er van af wijken. En wie vervolgens eerlijk durft te zijn, kan niet anders dan erkennen dat het niet lukt om steeds bij de kudde te blijven. We dwalen af, want we zijn slechts schapen en we hebben een herder nodig. Zodra we dat onder ogen durven te zien, is de weg terug naar de kudde al gevonden. Het is vervolgens in het sacrament van verzoening, in de biecht, dat we ons als het ware op de schouders van de Herder laten tillen, waardoor Hij ons terug kan brengen naar de kudde.

 

Kunnen wij wel vragen van de Herder dat Hij ons terug brengt naar de kudde? Als we eerlijk zijn weten we immers dat we opnieuw zullen afdwalen, keer op keer. Vragen we niet te veel als we dan in de biecht vragen terug gebrecht te worden? De heilige pastoor van Ars zei daarover: “De goede God weet alles. Nog voordat je zondigt, weet Hij dat je weer zult zondigen, en toch vergeeft Hij je. Hoe groot is de liefde van onze God, die zo ver gaat dat Hij vrijwillig de toekomst vergeet, opdat Hij ons nu kan vergeven!”

Posted by RK diaken A in 09:55:30 | Permalink | No Comments »

Tuesday, June 30, 2009

Diaconie in het jaar van de priester

Jezus leert de leerlingen nieuwe verhoudingen: “Jullie weten dat de leiders van de volken heerschappij voeren over hen en de grote mannen hun gezag laten gelden. Zo moet het onder jullie niet zijn. Integendeel, wie groot wil worden onder jullie, moet jullie dienaar zijn” (Mat 20;25). Dienaar is de vertaling van wat in de grondtekst “diakonos” is: diakonos.


 

Later toont Jezus duidelijk wat Hij bedoelt, door de leerlingen de voeten te wassen. Dit is in Jezus’ tijd een taak voor een bediende, een laag geplaatste, een dienaar. Hij geeft de leerlingen als opdracht mee: “Jullie noemen Mij meester en Heer, en terecht, want dat ben Ik. Welnu, als Ik, jullie Heer en meester, jullie voeten heb gewassen, dan behoren jullie ook elkaar de voeten te wassen. Ik heb jullie het voorbeeld gegeven: je moet doen zoals Ik voor jullie heb gedaan.”

 

Sinds het laatste concilie zien we weer diakens in de kerk, mensen die zich bij uitstek geroepen weten om te leven naar deze opdracht van Jezus: dienaar te zijn van de Kerk. Het is al een oud ambt, van de kerkelijke wijdingen zelfs het enige dat al in de Bijbel genoemd wordt. Zoals de bisschop terug gaat op de apostelen, en de priester op de “oudsten”, zo gaat de diaken van vandaag terug op mannen die door de apostelen werden gewijd tot de zorg voor de weduwen. In de loop van de eerste eeuwen verdween de diaken echter, en zijn plaats werd voor een groot deel ingenomen door de priester.

 

Tegenwoordig zien veel mensen hierin een verandering in de Kerk, die sinds het concilie is omgekeerd. Men spreekt dan wel van de “priesterlijke kerk” waarin de Mis centraal stond, door priesters gevierd en met het de gelovigen als publiek. Het laatste concilie zou dat allemaal hebben omgegooid: de gelovigen kwamen centraal te staan, de naastenliefde, de diakonie, werden weer belangrijk en de de Mis werd meer een gezamenlijke maaltijd dan de viering van Christus’ offer.

 

De werkelijkheid is, zoals zo vaak, heel wat genuanceerder. Aan de ene kant: het valt aan te tonen dat het herstel van het permanente diakonaat, de zichtbare terugkeer van de diaken in de Kerk, niet in de eerste plaats voortkwam uit een tekort aan mensen die zich bezig hielden met zaken als armenzorg, maar juist uit een tekort aan mensen die zich bezig hielden met de verkondiging, de catechese en de liturgie. De permanent diaken werd zo oorspronkelijk vooral dienstbaar aan de Kerk.

 

Veel belangrijker echter is het te bedenken dat diakens nooit weg zijn geweest uit de Kerk. Hoewel veel mensen het niet weten, zien ze regelmatig een diaken. Iedere priester is immers ook diaken. En dat is niet zomaar iets symbolisch: je kan pas priester worden als je een jaar als diaken stage hebt gelopen. De Kerk heeft de boodschap van Christus zo in alle tijden concreet vorm willen geven. Iedereen die binnen de Kerk een leidende rol heeft, van kapelaan tot paus, is vóór alles dienaar, diaken.

 

En het gaat nog één stap verder. De Kerk zelf is een volk van priesters, profeten en koningen. Maar vooral toch: van diakens. Willen we Kerk zijn, en willen we daarbij ons geloof verkondigen en uitnodigend zijn voor anderen, dan kunnen we praten zoveel we willen, maar het zijn onze daden die spreken. Als wij allen leren elkaar de voeten te wassen, dan leven we vanuit geloof en gehoorzaamheid aan Jezus Christus die voor ons gestorven is.

Posted by RK diaken A in 15:45:32 | Permalink | No Comments »

De 7 werken van barmhartigheid.

De 7 werken van barmhartigheid.

 

Binnenkort mag ik stage gaan lopen in mijn parochie. Erg spannend allemaal maar ik kijk er enorm naar uit.

Als toekomstige diaken zal ik mij vooral bezig houden met dienstbaar te zijn aan alle mensen. Er wordt dan vaak gerefereerd naar de zogenaamde diaconale taken. Diaconale taken zijn vaak weer gerelateerd aan de 7 werken van barmhartigheid. Kent u ze nog?:

  • de hongerigen spijzen
  • de naakten kleden
  • de dorstigen laven
  • de doden begraven
  • de gevangenen bezoeken
  • de zieken verzorgen
  • de vreemdelingen herbergen

 

Deze taken zijn gelukkig niet alleen aan diaken voorbehouden. Wij allemaal hebben de taak deze 7 werken in de praktijk te brengen. Vaak zien wij in de samenleving vele organisaties ontstaan die gefundeerd zijn op één of meerdere van deze werken. We hoeven maar te denken aan Amnesty International of Unicef. Duidelijk organisaties die al jarenlang ervaring hebben op hun vakgebied.

 

Wij trekken zelf vaak snel onze portemonnee op het moment dat er geld nodig is voor één van deze organisaties. Heel fijn want anders zouden ze hun goede werken niet op een goede manier kunnen doen. Het doneren van geld moet echter niet voor ons een vrijbrief worden. De werken van barmhartigheid zijn namelijk niet bedoeld om organisaties van middelen te voorzien zodat zij jouw taak kunnen overnemen.

Om te weten wat de bedoeling is van de 7 werken van barmhartigheid, moeten we eerst weten waar ze vandaan komen.

 

Zes van de werken komen van het Nieuwe Testament en wel uit Matteüs: “Want Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen. Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik zat in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht.” (Matteus 25, 35-36) De zevende is rond het jaar 1200 door Paus Innocentius II toegevoegd toen Europa te maken had met een verwoestende pestepidemie. Deze gaat uiteraard over de doden begraven. De toenmalige Paus haalde dit uit het boek Tobit: “Ik gaf brood aan de hongerigen en kleren aan de naakten; als ik het lijk van een volksgenoot buiten de muren van Nineve zag liggen, dan begroef ik het“. (Tobit 1,17)

 

Jezus geeft hier aan dat alles wat je voor je medemens hebt gedaan je in principe voor Hem hebt gedaan. Jezus identificeert zichzelf hier met de lijdende mens. In de lijdende mens is Jezus helemaal te herkennen.

 

Nogmaals is het natuurlijk niet verkeerd goede doelen te steunen met financiële middelen. Maar Jezus roept ons op de lijdende mens te herkennen, het lijden in de mens te herkennen en deze gericht hulp te geven. Ik weet niet hoe het met u zit, maar als ik geld doneer aan Unicef weet ik vaak wel dat het hard nodig is, maar van enig herkenning is praktisch geen sprake. Daarbij kost het me bijna geen moeite, ondanks de economische crisis, geld af te geven aan een goed doel. Daadwerkelijk op pad gaan en mensen te eten geven of te kleden vraagt veel meer. En dat is nu precies wat Jezus aan ons vraagt.

 

Als diaken zal ik vaak in aanraking komen met de lijdende mens.  Mocht ik mij als diaken alleen bezig houden met hongerigen, naakten, dorstigen enzovoorts, dan zou ik veel mensen te kort doen die ook in dit rijtje thuis horen.

 

Want hoeveel hongerigen de wereld ook heeft, de mensen die hongeren naar de Blijde Boodschap zijn er vele malen meer. Zijn woord is genoeg om iedereen eten te geven. Toen het avond werd, kwamen zijn leerlingen Hem zeggen: ‘Dit is een eenzame plaats en het is al laat geworden. Stuur de mensen weg, dan kunnen ze zelf in de dorpen eten gaan kopen.’ [16] Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg te gaan. Jullie moeten hun te eten geven.’ [17] Zij zeiden Hem: ‘Wij hebben hier niets anders dan vijf broden en twee vissen.’ [18] Hij zei: ‘Breng die hier.’ [19] Hij verzocht de mensen op het gras te gaan zitten, nam die vijf broden en twee vissen, keek op naar de hemel, sprak de zegenbede uit, Hij brak de broden en gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze aan de mensen. [20] Allemaal hadden ze volop te eten. Ze haalden de brokken op die over waren, twaalf korven vol. [21] Afgezien van vrouwen en kinderen waren het zo’n vijfduizend man die gegeten hadden. (matteus 14, 15-21)  In de eucharistie vinden we alles om onze honger te stillen.

 

Hoeveel dorstigen er ook zijn, de hoeveelheid mensen die dorsten naar het Levende water zijn er zoveel meer. Een Samaritaanse vrouw kwam water putten. Jezus sprak haar aan: ‘Geef Mij wat te drinken.’ [8] Zijn leerlingen waren eten gaan kopen in de stad. [9] De Samaritaanse vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt U als Jood te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?’ Joden willen namelijk met Samaritanen niets te maken hebben. [10] Jezus hernam: ‘Als u de gave van God kende, als u wist wie het is die tegen u zegt: geef Mij te drinken, dan had u Hem erom gevraagd en Hij had u levend water gegeven.’ [11] ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘U hebt niet eens een emmer en het is een diepe put. Waar wilt U dat levende water dan vandaan halen? [12] Of bent u soms groter dan onze vader Jakob, die ons de put heeft nagelaten en er zelf uit gedronken heeft, evenals zijn kinderen en zijn kudden?’ [13] Jezus antwoordde: ‘Iedereen die drinkt van dit water, krijgt weer dorst, [14] maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel: het water dat Ik hem zal geven, zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.’ [15] ‘Heer,’ zei de vrouw, ‘geef mij van dat water, dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik hier niet telkens te komen putten.’(Johannes 4, 7-15)

 

De naakten kleden is ook de mens voorbereiden op de komst van Christus zelf. Waakzaam zijn op Zijn komst. ‘Pas op, Ik kom als een dief! Gelukkig de mens die waakt en zijn kleren aanhoudt, dan hoeft hij niet naakt te gaan en ziet men zijn schaamte niet.’’(Apk 16, 15)

 

De gevangenen bezoeken is ook hulp geven aan mensen die gevangen zitten in hun eigen denkwijzen. [25] Rond middernacht zongen Paulus en Silas hun gebeden voor God, terwijl de gevangenen toeluisterden. [26] Plotseling deed zich een zo zware aardschok voor dat de fundamenten van de gevangenis schudden. Meteen gingen alle deuren open en sprongen bij iedereen de boeien los. [27] De cipier schoot wakker en toen hij de deuren van de gevangenis open zag staan, trok hij zijn zwaard en wilde hij zelfmoord plegen, omdat hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren. [28] Maar Paulus schreeuwde: ‘Doe uzelf geen kwaad, we zijn er nog allemaal!’ [29] Hij vroeg om licht, rende naar binnen en viel bevend voor Paulus en Silas neer; [30] daarop ging hij met hen naar buiten en zei: ‘Heren, wat moet ik doen om gered te worden?’ [31] Zij antwoordden: ‘Geloof in de Heer Jezus; dan zult u gered worden, u en al uw huisgenoten.’ [32] En ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan al zijn huisgenoten. [33] Nog op dat uur van de nacht nam hij hen mee om hun wonden te wassen. Meteen daarna liet hij zich met al de zijnen dopen. [34] Hij nam hen mee naar zijn woning en zette hun een maaltijd voor; met al zijn huisgenoten verheugde hij zich omdat hij nu in God geloofde. (Hnd 16, 25-34)

Wie was hier de gevangene? Wie moest er gered worden? Niemand anders dan de cipier zelf. De enige redding voor deze gevangene en voor elke gevangene is te geloven in Jezus Christus.

 

De zieken verzorgen is ook oog hebben voor datgene wat de mens kan verteren. Haat, verdriet, boosheid. De zieken waren degenen die naar Jezus toe kwamen. De Bijbel staat er vol van. Jezus bracht hen genezing maar niet zomaar.   [42] Op weg daar naartoe raakte Jezus bekneld in de mensenmassa. [43] Een vrouw* die al twaalf jaar aan vloeiingen leed en haar hele inkomen aan dokters had besteed zonder bij iemand genezing te vinden, [44] kwam van achteren naar Hem toe en raakte de zoom van zijn kleren aan. Onmiddellijk hielden haar vloeiingen op. [45] Jezus vroeg: ‘Wie heeft Me aangeraakt?’ Iedereen ontkende het en Petrus zei: ‘Meester, al die mensen staan te duwen en te dringen om U heen.’ [46] Maar Jezus zei: ‘Iemand heeft Me aangeraakt, want Ik heb kracht van Mij voelen uitstromen.’ [47] Omdat de vrouw besefte dat het niet verborgen kon blijven, kwam ze bevend naar Jezus toe, wierp zich neer voor zijn voeten, en vertelde waar het hele volk bij stond waarom ze Hem had aangeraakt en hoe ze onmiddellijk genezen was. [48] Jezus zei tot haar: ‘Mijn dochter, uw vertrouwen is uw redding; ga in vrede.’(Lc 8, 42- 48)

Alleen het vertrouwen, het geloof in Christus brengt genezing.

 

De vreemdelingen herbergen. Het opnemen, gastvrij zijn, voor iedereen die zich graag wil thuis voelen in de Katholieke Kerk. Een open gemeenschap zijn waar iedereen zich snel bij thuis voelt. Daarbij zijn wij allemaal vreemdelingen in dit vergankelijk leven. Wij kunnen ons pas echt thuis voelen bij God.     [17] Degene die u als Vader aanroept, is ook de onpartijdige rechter over al onze daden; heb daarom ontzag voor Hem, zolang u hier in ballingschap* leeft. (1Pe 1, 17)

 

De doden begraven. God is de God van levenden. Alles wat ons van God houdt is dood en trekt ons mee, weg van het leven naar de dood. Daar moeten we aan denken. Dat is de opdracht die gegeven wordt. Met Christus verrijzen om nooit meer te sterven. Zelfs in onze donkerste uren, wanneer er geen uitweg meer is, biedt Christus ons het leven. Eén van de misdadigers die daar hingen zei smalend tegen Hem: ‘Ben jij de Messias? Red dan jezelf en ons erbij!’ [40] Maar de ander wees hem terecht: ‘Heb zelfs jij geen ontzag voor God, nu jij ook deze straf ondergaat? [41] In ons geval is dat terecht, want wij krijgen ons verdiende loon. Maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.’ [42] Daarop zei hij: ‘Jezus, vergeet mij niet wanneer U in uw koninkrijk komt.’ [43] Hij zei tegen hem: ‘Ik beloof je, vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs.’( Lucas 23, 39-43)

 

De 7 werken van barmhartigheid zijn een leidraad voor iedereen. Deze werken zijn niet af te kopen maar vragen van ons een inspanning die we dagelijks moeten uitoefenen. Dagelijks Jezus herkennen in onze medemens.

De beloning is groot.

Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? [38] Wanneer hebben we U als vreemdeling gezien en U opgenomen, of naakt en hebben we U gekleed? [39] Wanneer hebben we U ziek of in de gevangenis gezien en zijn we naar U toe gekomen?” [40] De koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” [41] Dan zal Hij zich ook richten tot hen die aan zijn linkerhand staan en tegen hen zal Hij zeggen: “Ga weg van Mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen. [42] Want Ik had honger en jullie hebben Me niet te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me niet te drinken gegeven, [43] Ik was vreemdeling en jullie hebben Me niet opgenomen, Ik was naakt en jullie hebben Me niet gekleed, Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie hebben niet naar Me omgezien.” [44] Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis en hebben we U niet geholpen?” [45] Dan zal Hij hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je niet voor één van deze minsten hebt gedaan, heb je ook niet voor Mij gedaan.” [46] Zij zullen naar de eeuwige straf gaan, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.’ (mat25, 37-46)

 

Het eeuwige leven lijkt mij toch een betere optie dan een eeuwige straf. Zeker ook omdat ik weet dat het streven naar het eeuwige leven nu al voor mij en voor iedereen het eeuwige geluk zal brengen. Door nu al te streven naar het eeuwige creëren wij automatisch een stukje Hemel op aarde.

En dat willen we toch allemaal!?

Posted by johnnydgood in 11:41:14 | Permalink | No Comments »

Saturday, February 28, 2009

Vasten, is dat niet iets van vroeger?

Dat carnaval vooraf gaat aan de vasten, dat weten veel mensen nog wel. Wie is opgegroeid in de jaren ’50 of nog eerder, zal zelf ook wel gevast hebben. Maar vandaag de dag? Is vasten niet net zo iets als de biecht: iets van vroeger dat vandaag de dag volledig achterhaald is? Iets voor oude mensen, maar in een jong gezin onwerkbaar?


 

Ja, in zekere zin is vasten inderdaad net zoiets als de biecht. Voor veel mensen iets van vroeger, maar met een hoogst actuele betekenis. En iets met grote betekenis voor volwassenen en voor kinderen. Om dat te zien, is het goed te bedenken waarom we vasten.

 

Schuldgevoel is tegenwoordig vaak een emotie die we liever weg redeneren. Al onze fouten zijn immers te verklaren uit de omgeving, het gedrag van anderen, of uit “zo ben ik nu eenmaal”. Maar wie eerlijk naar zichzelf kijkt, zal al heel snel erkennen: ik maak wel degelijk fouten, ik doe dingen die ik niet moet doen, en ik laat dingen na die ik wel had moeten doen. En dat is niet de schuld van mijn omgeving, niet van anderen, en als ik werkelijk zou willen, zou ik daar best iets aan kunnen veranderen. Wie eerlijk is, neemt verantwoordelijkheid voor de eigen daden. Dat is een kwestie van volwassenheid. En het is dus ook iets dat we onze kinderen behoren te leren, als we ze tot volwassenheid willen opvoeden.

 

Maar als ik verantwoordelijk ben voor wat ik doe, dan ben ik ook schuldig als ik iets fout doe. Terecht schuldgevoel is niet ongezond, in tegendeel, het is prima als we ons als mensen bewust zijn van onze schuld. Óók wie toch echt zijn best doet, óók wie allerlei goede dingen doet in haar omgeving, maakt fouten, en is schuldig.

 

Als volwassen mens weet je dat je schuld hebt aan je fouten. Als christen mag je weten dat iemand die schuld op zich genomen heeft, en er voor gestorven is: Jezus Christus. Daarom vasten we. Niet omdat we onze eigen schuld kunnen uitwissen door onszelf te straffen, maar omdat we ons op weg naar Pasen heel goed willen bedenken dat de prijs voor onze schuld betaald is, en dat het een hoge prijs was. Vasten is geen periode van zelfkwelling, het is een periode van voorbereiding op het grootst denkbare feest: ik weet dat ik schuldig ben, en ik weet ook dat Jezus mijn schuld op zich genomen heeft aan het kruis.

 

Dat kan allemaal mooi klinken, maar moet je daar als gezin iets mee? Moet je je kinderen daar nou mee lastig vallen? Jazeker. Juist voor kinderen is het belangrijk dat wat ze met woorden verteld wordt, ook tastbaar is. Vertel een kind dat een fornuis heet is, en het zal onthouden dat het niet aan het fornuis mag komen omdat mama het zegt. Ervaart een kind de pijn van een heet fornuis, dan zal het er voortaan vanaf blijven, wat mama ook zegt. De ervaring gaat vóór de woorden bij een kind.

 

Met Aswoensdag leggen we een askruisje op bij volwassenen en kinderen, tot baby’s aan toe. Begrijpen de kleinsten wat daar gebeurt? Natuurlijk niet. Maar ze ervaren het wel. Als je met de kinderen afspreekt dat ze gedurende de Vasten alle lekkers dat ze krijgen in een trommeltje doen, waar ze alleen op zondag uit mogen eten, dan zullen ze misschien niet meteen begrijpen hoe dat met Pasen te maken heeft, maar ze ervaren het wel.

 

Als we als ouders dan ook iedere dag een stukje met de kinderen lezen uit de Bijbel, of bijvoorbeeld uit het Gezinsboek Veertigdagentijd, dan gaan de kinderen niet alleen ervaren, maar ook meer en meer begrijpen. En wie weet, gaan we ook als ouders nog meer begrijpen van waar het echt om draait met Vasten: niet wij dragen onze schuld, maar Jezus heeft onze schuld gedragen. En dat mogen we dankbaar vieren!

 

Posted by RK diaken A in 12:53:01 | Permalink | Comments (2)

Sunday, February 15, 2009

Aanstelling tot Acoliet.

De aanstelling tot acoliet.

Vandaag, 15 februari 2009, heb ik  de aanstelling gekregen tot acoliet. Tijdens een plechtige eucharistieviering waarin veel familie en vrienden aanwezig waren heeft een bisschop mij en mij studiegenoten aangesteld tot acoliet. Dit is de laatste aanstelling die ik ontvang voor mijn diakenwijding in 2010. Vorig jaar heb ik de aanstelling tot lector ontvangen en nu dus die van acoliet.

Voor mij een hele bijzondere dag. Acoliet ben ik al vele jaren. Je kunt wel zeggen dat het mij met de paplepel is ingegoten. Als kind ging ik bijna wekelijks meehelpen in de kerk. Vanaf mijn eerste communie tot nu eigenlijk. Toch is het nu anders en laat ook de kerk zien dat ze er veel waarde aan hechten.

Elke diaken- of priesterstudent moet, voordat hij gewijd wordt de 2 aanstellingen ontvangen en deze een ruime tijd in de praktijk brengen. Niet zozeer om dan een grote oefentijd te hebben maar vooral door de opdracht die hoort bij de aanstellingen.

Toen ik aangesteld werd als lector gaf de bisschop mij de opdracht om niet alleen het Woord van God voor te dragen, maar deze ook kenbaar te maken bij de mensen. Te leven zoals het evangelie het van ons vraagt. Zo kon ik een levende getuige worden van de Blijde Boodschap. Ik heb die opdracht met beide handen aangegrepen. Naast het vaak lector zijn in de kerk schrijf ik geregeld stukjes voor een blog en geef ik ook catechese aan de kinderen van de eerste Communie.  Wij proberen te leven zoals God het van ons vraagt. Geregeld bidden we in ons gezin samen en wekelijks gaan wij naar de Heilige Mis. Hoe wij leven heeft offers gevraagd. Soms is dat heel moeilijk geweest, maar wij voelden ons altijd gesteund door de enorme kracht van Gods liefde.

Ook voor onze omgeving werd het erg duidelijk dat wij niet zomaar een gezin zijn dat ook nog eens gelovig is. Ons geloof staat centraal in ons gezinsleven en soms betekent dit dat wij andere prioriteiten hadden dan vele vrienden. Ik prijs me gelukkig dat we heel veel begrip en support hebben gekregen van deze vrienden en familie. Toch hebben we ook afscheid moeten nemen van mensen die veel voor ons betekend hebben. Ons gebed is dagelijks bij hen.

Als acoliet ben ik de persoon die de priester en diaken mag assisteren in de Heilige Mis. Ik mag, als de diaken afwezig is, het altaar klaar maken en afruimen. Ik mag de communie helpen uitdelen. De zieken de communie brengen en het Allerheiligste uitstellen.  Het meest Heilige van de Eucharistie wordt aan de acoliet toevertrouwd.

Tijdens de mis vandaag moest ik denken aan een heilige die zijn leven heeft gegeven om het Heilig Lichaam van Christus te beschermen tegen een meute kwaadwillende lieden. Deze heilige is St. Tarcisius. Volgens de verhalen moest Tarcisius het Heilig Sacrament in Rome rond de 3e eeuw naar de zieken brengen en werd hij aangevallen door een groep niet-Christenen die het Heilig Sacrament wilden afpakken. Hij heeft geweigerd het Heilig Sacrament af te staan en werd gestenigd door deze meute. Hij heeft zijn leven gegeven om het Heilig Sacrament te beschermen.

Als acoliet sta ik in dienst van de Kerk. Meer dan ooit moet in mijn leven de dienstbaarheid aan het altaar van Christus voorop staan. Om zo Christus zelf dichtbij de mensen te brengen.

De bisschop heeft in zijn preek prachtig aangegeven hoe Christus elke keer weer ons persoonlijk wil aanraken. Hoe Hij zichzelf elke keer weer opoffert om één met ons te worden in de Heilige Communie. Als acoliet mag ik mij zelf ook klein maken om Christus zelf bij u te brengen. Ik mag u de liefde laten ervaren die ik elke dag weer ervaar door samen met Hem te leven. Door de Heilige Communie leeft Christus in ons persoonlijk. Hij raakt ons zo aan dat wij de kracht krijgen te leven zoals Hij heeft geleefd. Lief te hebben zoals Hij heeft liefgehad.

Ik ben maar een instrument in Zijn handen en stel me dienstbaar aan Zijn Heilig Altaar. Hierdoor leef ik in het besef dat ik ten volle ook dienstbaar ben aan u allen.

Hij moet groter worden en ik kleiner. (Joh 3, 30)

Posted by johnnydgood in 16:49:09 | Permalink | Comments (3)

Sunday, February 1, 2009

De zin van het lijden.

 

In mijn dagelijks leven, in mijn werk, mijn privé-leven maar ook in de parochie, krijg ik vaak de opmerking: Hoe kan ik nog geloven als ik zie hoeveel leed er is in de wereld? Het is zo moeilijk om tot het geloof te komen, te geloven in God, als men ziet dat de wereld niet een perfecte plaats is. Er is zoveel verdriet, zoveel leed dat door anderen wordt aangedaan. Hoe kan een God dit toestaan?

Ik word diep geraakt door zulke opmerkingen. Niet zozeer omdat deze opmerkingen in een verwijtende zin worden neergelegd, maar meer omdat ik merk dat veel mensen diep van binnen zo graag zouden willen geloven maar dit gewoonweg niet kunnen. Men heeft het idee dat God al hun problemen zou kunnen verhelpen, het weg zou kunnen nemen. Als ze merken dat dit niet zo is dan volgt er voor hen maar één conclusie: Er is geen God.

Eigenlijk bestaat deze gedachte al heel lang. De hele Bijbel staat vol met voorbeelden van mensen, volken, die massaal God de rug toekeren als ze merken dat Hij er, schijnbaar, niet voor hen is. Kijk naar de Joden die net door God bevrijd waren van de Egyptenaren. De wondertekenen die God voor hen deed waren gigantisch: de rampen die over Egypte kwamen; het splijten van de Rode Zee; het geven van eten en drinken in de woestijn. God laat zien dat Hij voor Zijn volk wil zorgen. Gaat het een keer niet zoals het volk het had gewild dan zien we dat ze God niet meer willen herkennen en hun toevlucht nemen naar afgoden die ze zelf nota bene gemaakt hadden.

Ook in de tijd van Jezus zien we dit uiteraard. Zolang Jezus hen Zijn wondertekenen kan laten zien, zolang Hij het volk vertelt over het Rijk van God dat aanwezig is in hun midden volgen ze Hem massaal. Op het moment dat Jezus laat zien dat alles opgeven en Hem volgen de enige manier is om tot het Rijk van God te komen is, verlaten ze Hem schoorvoetend. Zelfs Zijn eigen leerlingen zien het niet meer zitten Hem te volgen op het moment dat Hij opgepakt wordt en veroordeeld wordt tot een afschuwelijke dood.

Mensen zijn geneigd met een gedachte of een overtuiging mee te gaan zolang het hen iets oplevert. Levert het niets op of sterker nog, verliest men er meer mee, dan haken mensen af. Jezus zegt dat we dit moeten doorbreken. Hem volgen betekent alles op te geven voor je naaste. Zelfs als jij jezelf verliest door er voor je naaste te zijn, je naaste boven jezelf te stellen, dan win je het Rijk van God.

God heeft het lijden niet gewild. Nog steeds wil God niet dat we lijden. Het lijden is echter een onderdeel van ons leven. Een mens kan niet zonder het lijden. God laat ons, in Jezus Christus, zien dat Hij ons wil steunen bij het lijden. Dat Hij samen met ons wil lijden. Dat heeft Hij laten zien door als God mens te worden en in alles mens te zijn. Ook in de dood. Het kruis, het lijden, wordt dan niet meer een doelloos teken, maar een teken van ultieme liefde voor de naaste. Jezus laat zien dat als je Hem wilt volgen je zover moet gaan dat jij jezelf opzij zet voor je naaste. Jezelf ondergeschikt maakt voor de ander. Ja zelfs jezelf op te offeren voor de ander.

Hoe kan God toestaan dat er zoveel verdriet en leed is op de wereld? Wij, de mensheid, laten het toe. God laat zien dat het lijden niet doelloos is, maar dat wij door het lijden een teken mogen zijn voor de ander. Hij laat daarbij zien dat het lijden niet het einde is maar een belofte voor Gods ultieme liefde voor de mens: de verrijzenis.

Ik heb in mijn leven de nodige verdrietige momenten meegemaakt. Menigmaal heb ik me afgevraagd waarom God dit kon toelaten. Vaak kon ik pas na dagen, weken en soms zelfs jaren de balans opmaken en merkte ik dat deze ervaringen mijn geloof in God en mijn wens Hem te volgen door mezelf te geven aan Hem en mijn naaste alleen maar versterkt heeft. Dit is niet gemakkelijk geweest maar ik voelde me gesteund door God en de mensen die klaar stonden voor mij in mijn moeilijke momenten. In die moeilijke momenten heb ik God van zeer nabij mogen ervaren. In de troostende schouder van mijn vrouw; in de bemoedigende woorden van mijn pastoor; in de ruimte die mijn kinderen mij gaven als ik dat nodig had. Herkende ik God in die tijd? Nee, maar nu wel. En in volle dankbaarheid denk ik terug aan Zijn aanwezigheid. Tegelijkertijd geeft Hij mij de opdracht hetzelfde te doen voor anderen als zij Hem nodig hebben in hun leven. Daar is God zeer concreet aanwezig. Dat is Jezus volgen.


 

Als toekomstige diaken mag ik vaak een steun zijn voor de lijdende mens. Ik mag God bij de mensen brengen en ze de steun van God geven in hun meest kwetsbare, droevige momenten. Op zo’n moment besef ik dat mijn roeping tot het diaconaat een roeping is waarbij ik mezelf steeds meer moet wegcijferen voor God en mijn naaste. Ik moet hierbij vaak aan de woorden van Johannes de Doper denken in Johannes 3, 30: Hij moet groter worden, maar ik kleiner.

Voor mij is dit een centraal thema binnen mijn roeping tot het diaconaat. God heeft mij geroepen om de mensen dichter bij Hem te brengen.

Ik ben trots, dankbaar, maar vooral diep getroffen dat ik de lijdende mens op deze manier de troost van God zelf mag brengen. Ik besef daarbij dat ik dit uiteraard nooit alleen kan. Zonder de hulp van God kan ik niets en ik bid iedere dag dat Gods roepstem door meer mannen wordt gehoord zodat het ambt van diaken en priester weer gedragen wordt door velen.

Ik wil jullie vragen met mij mee te bidden voor roepingen voor het religieuze leven, het priesterschap en het diaconaat. Zodat meer en meer mensen Gods liefde en steun mogen ervaren, vooral in hun meest kwetsbare momenten. Zodat steeds meer mensen zichzelf, net als Jezus, volledig willen opofferen voor Hem en de naaste.

Het voorbeeld van Johannes is een inspiratie voor ons allen, niet alleen voor de diakens of priesters. Johannes roept ons allen op om in dienstbaarheid naar elkaar onszelf niet voorop te stellen, maar de ander. Om zo de lijdende mens God te laten ervaren. Maar ook om God te herkennen in de lijdende mens. Niet voor niets maken we een kruisteken. Hangen we een kruisbeeld in onze huiskamers. Het is het teken dat God in de lijdende mens aanwezig is. Het is het teken dat Hij ons vraagt met Hem mee te lijden. Het is het teken dat het lijden gevolgd wordt door de verrijzenis.

Hoe kan God het lijden toestaan? Hij laat het niet toe. Hij neemt het lijden van de mens over en laat zien dat het lijden zin heeft. In het lijden herkennen we God en weten we dat God in Zijn oneindige liefde heeft gedeeld in ons lijden. Hij laat ons zo zien dat Hij zelf in de lijdende mens aanwezig is. Zijn wij bereid Zijn kruis te helpen dragen?

Het moet wel dwaas zijn om in een God te geloven die het lijden niet wegneemt. Om in een God te geloven die zelfs zegt dat we bereid moeten zijn om net als Hij ons kruis op te nemen. Om je leven te geven voor de ander.

Voor velen is het inderdaad dwaas. Maar het geeft wel een betekenis aan het lijden. Zonder deze betekenis is het leven, het lijden, doelloos en zijn wij een speelbal geworden van het lot die ons soms hard kan treffen.

Het teken van het lijden, het kruis, is dwaasheid. Paulus zelf zegt het in zijn brief aan de Christenen van Korinthe (1 Kor, 23-25): Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, joden zowel als heidenen, is Hij Gods kracht en Gods wijsheid. Want de dwaasheid van God is wijzer dan de mensen, en de zwakheid van God is sterker dan de mensen.

Ik wil wel als dwaas en onwijs beschouwd worden. Want ik weet dat ik in de ogen van God wijs en sterk bevonden word.

Posted by johnnydgood in 15:48:01 | Permalink | Comments (1) »

Saturday, January 3, 2009

Eén grote familie

Deze afgelopen vakantie ben ik veel bezig geweest met de nodige familieverplichtingen. Het bezoeken van opa’s en oma’s. Het weerzien van broers en zussen. Veel kaarten gekregen van familie, vrienden, collega’s enzovoorts.

Familie en vrienden zijn erg belangrijk voor ons. Ze steken ons een hart onder de riem als we het even moeilijk hebben of delen de vreugde met ons bij de mooie momenten in ons leven.

Het laat zien hoe belangrijk familie en vrienden in ons leven zijn en hoe kostbaar ze in een mensenleven kunnen zijn. Zeker familie wordt gezien als een zekerheid in ons leven. Iets dat niet zomaar verdwijnt zoals met sommige vriendschappen kan gebeuren.

Toch geeft het evangelie een nieuwe kijk op het begrip familie. Ik hoef hiervoor alleen maar te kijken naar de lezingen van bijvoorbeeld tweede kerstdag, de feestdag van de heilige Stefanus. Toevallig ook een diaken en eerste martelaar.

Stefanus, net aangesteld tot diaken, wordt ter verantwoording geroepen nadat hij begeesterd de mensen vertelde over Jezus. Het volk werd woedend op hem nadat Stefanus getuigde dat hij Jezus aan Gods rechterhand zag zitten. Ze hebben hem buiten de muren van Jeruzalem gestenigd. Zijn eigen volk wilde niet naar hem luisteren en wilden letterlijk doof zijn voor de waarheid. (Handelingen 6,8-10; 7,54-60)

Het evangelie van deze feestdag gaat eigenlijk nog een stuk verder. Jezus waarschuwt dat wij, als we van hem getuigen, gebracht zullen worden voor rechtbanken. Men zal ons geselen en ter dood brengen. Vader zal tegen zoon getuigen, broer tegen broer. Kinderen zullen getuigen tegen hun ouders. (Matteus 10, 17-22) Niet echt een kerstgedachte waarbij we familiebanden nog eens een keer extra willen aanhalen omdat we deze het meest kostbare vinden in ons leven.  Wil Jezus ons nu echt tegen onze eigen familie opzetten? Waar passen deze lezingen nu in het octaaf van kerstmis?

Blijkbaar is het niet gemakkelijk van Jezus te getuigen in ons leven. Het veronderstelt een totale overgave aan Hem. De consequenties kunnen enorm groot zijn. Het verliezen van datgene wat voor jou het meest kostbare is zal daar zeker bij horen. Jezus spreekt niet over iets wat zou kunnen  gebeuren. Hij spreekt over iets wat zal gebeuren. We zien dat bij Stefanus, maar meer nog bij Christus zelf die door zijn eigen leerlingen verraden, verloochend en verlaten is. Een nogal angstaanjagende consequentie voor het getuigen van de Christus.

Gelukkig laat Jezus ons niet alleen met deze boodschap achter. Hij belooft ons steun en nog wel de grootste steun die we ons maar kunnen voorstellen: de heilige Geest zelf zal ons bijstaan in onze meest kwetsbare momenten.

Familie is erg belangrijk en ik ben gelukkig gezegend met een fantastische familie. Zowel mijn ouders, broers en zussen maar ook mijn schoonouders en zwagers en schoonzusjes zou ik niet willen missen. Familie gaat echter veel verder dan de familieband die we samen hebben. Want mijn familie bestaat uit diegene die willen luisteren naar Jezus, Hem willen volgen. Kerstmis is een feest voor alle families en vrienden omdat het laat zien dat familie soms niet alleen te vinden is in bloedbanden of naaste verwanten. Maar juist in de onverwachte mensen die ons die steun geven als we dat net nodig hebben. De herders, wijze mannen, de Simeon en Hanna.

Bij Marcus zien we daar weer een mooie verwijzing naar: Jezus’ familie was op weg gegaan om Hem het zwijgen op te leggen omdat Hij, volgens hen, niet zichzelf was.

Zijn moeder kwam met zijn broers. Ze bleven buiten staan en lieten Hem roepen. Om Hem heen zat een menigte, en ze zeiden tegen Hem: ‘Kijk, uw moeder en uw broers en uw zusters daarbuiten zoeken U.’ Hij antwoordde hun: ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?’ Hij liet zijn blik langs de mensen gaan die in een kring om Hem heen zaten en zei: ‘Kijk, hier zijn mijn moeder en mijn broers.  Want wie de wil doet van God, die is mijn broer en mijn zuster en mijn moeder.’ (Mc, 3, 31-35)

Jezus wil dus niet ons verwijderen van onze eigen familie maar verrijkt ons door onze familie niet te beperken door bloedbanden. Daarbij laat Hij zien dat echte familie je nooit ter verantwoording zal roepen als je jouw leven in dienst stelt van Hem.

Hij laat ons ook zien dat we Hem nooit alléén kunnen volgen maar elkaar echt nodig hebben. We hebben familie nodig om ons te steunen, ons op de goede weg te helpen maar vooral om ons te steunen als wij willen getuigen voor Hem. En het mooie is dat Jezus ons die familie zelf heeft nagelaten in Zijn heilige Kerk.

Kerstmis is inderdaad een familiefeest. Een feest waarin we weer kunnen beseffen dat we echt thuis mogen komen. Thuis in Zijn Kerk.

Posted by johnnydgood in 22:43:34 | Permalink | Comments (1) »

Sunday, December 21, 2008

Vrees niet, Maria

Vrees niet, Maria.


 

Natuurlijk was Maria in zekere zin voorbereid op de komst van de engel. Zij is immers de Immaculata, de onbevlekte ontvangenis. Door een bijzondere genade was zij verlost van de smet van de erfzonde, zodat zij in volstrekte vrijheid zou kunnen antwoorden tot de engel. Als gelovig opgevoede Joodse vrouw wist ze dat God zijn engelen zond naar mensen, en ze wist dat Israël het kind verwachte dat de troon van David zou innemen.

 

Maar dan nog. Is het denkbaar dat ze niet vervuld was van vrees, van de vreze Gods, toen ze bezocht werd door een aartsengel? Maar vrees of niet, het is zoals de engel zegt: zij IS de gezegende onder de vrouwen, en zij geniet Gods bijzondere genade. En dat maakt dan ook dat zij in volstrekte vrijheid kan antwoorden als zij hoort welke enorme taak zij in Gods heilsbestel krijgt aangeboden. Maria stemt in, ze geeft haar fiat, en zo wordt zij het kanaal van genade, waardoor Gods Licht mens wordt voor de mensen.

 

Wie de Bijbel leest kan nog wel eens de indruk krijgen dat Maria weliswaar een gelovige vrouw is, en een moeder die zwaar te lijden krijgt door het lijden en sterven van haar zoon, maar dat het daar wel bij blijft. Als Jezus gekruisigd is zegt Hij tot Johannes: “zie daar uw moeder”, en wij verstaan daaruit dat zij ons allen tot moeder is gegeven. Maar is dat niet wat al te zeer katholieke uitleg?

 

In de afgelopen eeuwen zijn allerlei wonderen aan Maria toegeschreven. Opvallend daarbinnen zijn de verschijningen. Maria verschijnt bijvoorbeeld in Lourdes aan Bernadette Soubirous, en stelt zich voor als “de onbevlekte ontvangenis”. Vier jaar eerder had paus Pius IX het dogma van de onbevlekte ontvangenis afgekondigd. Gaf Maria een bevestiging aan de paus, of is dit een katholieke oplossing om het dogma wat extra steun te geven?

 

Wie in onze tijd nog met een flinke dosis Maria-devotie komt aanzetten kan eerder afwijzende en cynische reacties krijgen, dan instemming. Toch is er alle reden voor instemming.

 

Zo spreekt de Bijbel zich toch wel duidelijk uit. In het boek Openbaringen lezen we “Een groot teken verscheen aan de hemel: een vrouw, omkleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. Zij was zwanger en schreeuwde in haar weeën en barensnood. Zij baarde een kind, een zoon, die alle volken zal weiden met een ijzeren staf. Haar kind werd ijlings weggevoerd naar God en zijn troon. De vrouw vluchtte naar de woestijn, waar God voor haar een plaats had bereid om daar gevoed te worden” en “Nu ontstak de draak in blinde woede tegen de vrouw. Hij ging weg om oorlog te voeren tegen haar overige kinderen, tegen hen die de geboden van God en het getuigenis van Jezus trouw bewaren.

 

Het boek Openbaringen spreekt in vele beelden, maar een vrouw, gekroond met sterren, die een zoon baarde, die alle volken zal weiden met een ijzeren staf? Wie anders dan de koningin van de hemel, Maria?

 

En wie zijn haar overige kinderen, aldus het boek Openbaringen? Hen die de geboden van God en het getuigenis van Jezus trouw bewaren. De Kerk, de gelovigen. Nee, het is geen katholieke fantasie die begreep dat Jezus ons Maria tot moeder heeft gegeven. Het is Bijbelse waarheid.

 

Vrees niet, Maria. Maar wat heeft zij veel te vrezen om haar kinderen die in oorlog zijn met de woedende draak. Hoeveel kinderen heeft Maria nog, hoeveel kinderen heeft onze heilige moeder de Kerk nog?

 

Maria spreekt voor ons bij haar Zoon, maar ze spreekt ook tot ons, dagelijks. Was Bernadette Soubirous geen bedriegster? Iedere katholiek is vrij te geloven of niet te geloven in dergelijke verschijningen. Voor mij persoonlijk is er geen enkele twijfel meer over de vraag of Maria zich tot op de dag van vandaag toont aan mensen.

 

Een goede vriendin van me is degelijk gereformeerd. Zeer gelovig, nooit gehinderd door de geloofstwijfel die tegenwoordig de regel lijkt te zijn. Maar gereformeerd, en dat betekent dat Maria nu niet direct een erg centrale plaats in haar geloof in neemt. Haar zoontje, Wouter, die onlangs negen werd, is in dat geloof opgevoed. Maria heeft voor hem nooit veel betekend. Totdat hij, met zijn ouders op bezoek in Den Bosch, de Zoete Moeder zag. Zonder allemaal mooie woorden waarvan volwassenen zich bedienen, maakte hij volstrekt duidelijk dat er een klik was. Ik zou u niet precies kunnen uitleggen wat daar gebeurd is, en ook niet wat Wouter met Maria heeft, of Maria met Wouter. Maar sinds die tijd heeft Wouter een foto van de Zoete Moeder van Den Bosch, en als deze versleten is stuur ik hem een nieuwe foto. Als zijn klasgenootjes onaardige opmerkingen maken over zijn Maria-devotie, vraagt hij de dominee eens te preken over Maria. Toen ik gewijd werd, kreeg ik van Wouter het mooiste cadeau dat iemand zich wensen kan, een lego-poppetje met een werkelijk diepe uitleg erbij over de innerlijke strijd die mensen moeten aangaan met het kwade in zichzelf ten gunste van het goede.

 

Iedereen mag van mij denken dat Maria slechts een literaire rol heeft in de Bijbel. Wie dat wil mag lachen om Maria-devotie, cynisch zijn over Lourdes, en katholieke interpretaties van de Bijbel weg honen. Maar ik heb Maria aan het werk gezien met een gereformeerd jochie uit Rotterdam, en als ik dat jochie zie, durf ik met de aartsengel te zeggen:

 

Vrees niet, Maria.

Posted by RK diaken A in 15:02:06 | Permalink | Comments (1) »

Monday, December 15, 2008

Zalig Kerstfeest

Rond de maand april zien we ze weer in het nieuws komen. De lokale oranjecomités die druk in de weer zijn om Koninginnedag tot in detail te regelen. Waar komt de rommelmarkt? Wie krijgt een lintje en hoe zetten we die mensen in de belangstelling? Welke activiteiten worden er georganiseerd in het centrum en hoe kunnen we de scholen er bij betrekken?

Zeker als een stad wordt uitgekozen om ook nog eens echt de koningin te ontvangen dan breken er voor deze organisaties spannende tijden aan. Niets mag er verkeerd gaan, alles moet tot in de puntjes zijn gepland.

Op dit moment zitten we in de tijd van advent. Een tijd van verwachting, het aftellen naar Kerst zou men kunnen zeggen. Voor veel mensen betekent dit een tijd waarin een kerstboom moet worden uitgezocht, ballen moeten worden opgehangen en kerstkaarten moeten worden geschreven. Om het aftellen zo goed mogelijk te bevorderen kan men een adventskalender aanschaffen in alle soorten en maten. Sommige met een snoepje erin, andere met een datum of zelfs een korte boodschap. Alles wordt uit de kast gehaald om de kerstsfeer al in huis te creëren. De winkels staan vol met het lekkerste eten, reclamefolders prijzen hun gourmetstellen aan. Kerst is gezelligheid op en top waarbij we een keer echt mogen uitpakken met kleding, kaarsjes en lekker eten. Soms hoort de traditionele kerstviering op 24 december er ook nog bij maar dan helaas vaak niet vanwege een religieuze interesse maar meer om de kerstsfeer ook op die avond gestalte te geven.

Maar is dit Kerst vieren? Weten we nog waar het oorspronkelijk om ging met Kerst of heeft de lokale middenstand de ware betekenis van Kerst aan de kant geschoven om plaats te maken voor uitbundigheid en overvloedigheid?

Kerst is het feest van de geboorte van de Messias. De geboorte van de Koning. Koningdag zou men kunnen zeggen in Nederland. Maar ik heb het hier niet over een gewone koning. Ik heb het hier over de koning die door God zelf beloofd was. Niet zomaar een mens maar een hele bijzondere mens, de Zoon van God. Probeer even stil te staan en goed na te denken over die woorden die we zo vaak zeggen: de Zoon van God. Mensen zeggen wel eens dat God zo ver van ons af staat, dat we niets van Hem merken. Sommigen  zeggen zelfs dat God niet zou bestaan. Hij laat zich niet kennen.

Dan hebben ze Kerst toch niet goed begrepen. Want met kerst vieren we dat God zelf mens is geworden in Zijn Zoon Jezus Christus. God heeft een gezicht gekregen. En niet zomaar een gezicht. God openbaart zich niet in een machtige koning, een rijke koopman of een begenadigde rabbi. Nee, God openbaart zich in de armste onder ons, de eenvoudigste. Paulus schreef al: Hij heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van een slaaf op zich genomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen heeft Hij zichzelf vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood, tot de dood aan het kruis. (Fil2, 7-8)

God heeft zich geopenbaard in een persoon die juist niet ver van ons af staat, maar uitermate dicht bij ons staat. Dichtbij ons allen. Waarom? Om ons duidelijk te maken hoezeer Hij ons liefheeft, wat Hij allemaal voor ons over heeft. Zijn heilsplan met de mens is in Jezus tot vervulling gekomen. Het is volbracht, zei Christus aan het kruis. Een voorbeeld zijn heeft geen zin als het voorbeeld iets is wat normaal niet haalbaar is voor anderen. Het voorbeeld van Jezus, het heilsplan van God met de mens, is zeer haalbaar. Het voorbeeld van Jezus roept ons op om Hem te volgen en je kruis op je te nemen.

Zo is advent niet alleen uitzien naar de geboorte van Christus, naar de mensgeworden Zoon van God. Het is nu al voor ons een periode waarin we moeten beseffen dat Hem aannemen als de zoon van God, Hem willen volgen ook nu al betekent dat we hierdoor ook ons kruis moeten aannemen. Kerstmis is niet compleet zonder Pasen.

Wij zien uit naar het Kerstkind. Wij bereiden ons voor op de komst van de koning. Een koning die ons oproept Hem te volgen, Zijn wegen te gaan. Een keus te maken voor Hem om zo dichter bij de Vader te komen.

Zoals de lokale oranjecomités kunnen wij ons ook zeer goed voorbereiden op de komst van de koning. Niet alleen door het hangen van slingers en het versieren van de straten maar veel meer door te beseffen dat de beste voorbereiding ligt in ons hart. In onze eigen bereidheid ons te geven aan God en zo aan elkaar. Kerstmis is het feest van de vleesgeworden liefde, Jezus Christus. De Zoon van God die op de wereld kwam om ons te laten zien dat echte verlossing ligt in het jezelf geven aan de ander.


 

Ik wens u allen een zalig Kerstfeest.

Posted by johnnydgood in 12:41:23 | Permalink | Comments (1) »

Sunday, November 16, 2008

Homilie 16 november

Het jaar waarin we vooral hebben we gelezen uit het Evangelie volgens Matteus loopt ten einde. Over veertien dagen begint het jaar, waarin we vooral Marcus zullen horen. Nog één maal horen we Jezus spreken in een gelijkenis, volgende week zullen we Hem glashelder horen spreken over hetzelfde onderwerp.


 

Het liturgische jaar is als het ware opgehangen aan twee peilers: Kerstmis en Pasen, geboorte aan de ene kant, dood en verrijzenis aan de andere kant. Maar het jaar eindigt niet met één van deze peilers, het eindigt met een soort samenvatting van wat Jezus ons heeft willen leren.

 

Woekeren met je talenten. De Schrift lijkt hier vooral te spreken over manieren om je rijkdom te vergroten, een talent is immers een zilveren munt. Het beste is toch wel te handelen met je geld, risico’s nemen, eventueel kan je je geld ook op de bank zetten. Maar het in de grond begraven, dat is fout. In tijden van kredietcrisis en recessie lijkt het welhaast dat de Schrift economisch advies geeft.

 

Maar dat zou wel erg aards zijn. Moeten we dit Schriftwoord niet anders verstaan? Met een talent bedoelen we tegenwoordig eerder een gave, een aangeboren vaardigheid. Als we die betekenis in de lezing van vandaag leggen, dan krijgt deze tekst een betekenis die wel bekend is. God geeft ons talenten, vaardigheden, en daar moeten we iets nuttigs mee doen.

 

Dat is al een stuk aantrekkelijker. Het is zo’n aansporing die goed voelt, en nooit echt moeite kost. Doe wat nuttigs met je aangeboren talenten. Daar kan je nog eens mee aankomen als je puberzoon geen zin heeft om huiswerk te maken. Alleen dat slot van de lezing, dat komt dan wel wat rauw op ons dak vallen: “En werpt die onnutte knecht buiten in de duisternis; daar zal geween zijn en tandengeknars.” Mocht u twijfelen: de Schrift bedoelt hier de hel.

 

Het is belangrijk te beseffen dat de Schrift hier een beeld geef, Jezus spreekt in een gelijkenis. Het gaat niet om het woekeren met geld, het gaat ook niet over het benutten van je vaardigheden. Jezus verwijst hier naar het laatste oordeel. De rijke man die zijn bezit aan zijn dienaars geeft en later terugkeert om af te rekenen is Jezus zelf. En wij zijn de dienaars. De talenten staan dus niet voor zoiets als het talent om goed te voetballen, of muzikaliteit, of intelligentie. Het gaat om de rijkdommen van Christus: de liefde, de hoop, het geloof.

 

Een paar dagen geleden stelde een vriend de vraag: “In hoeverre kan je in het dagelijks leven zeggen dat iets Gods wil is?”. Dat is precies de kwestie waar de dienaars mee zitten als ze hun talenten hebben gekregen. Wat is de wil van de meester? We hebben talenten gekregen, ieder een eigen hoeveelheid, maar wat doen we er nu mee?

 

De meeste waardering gaat uit naar de dienaar die risico heeft genomen, en zo wat hij kreeg wist te vermeerderen. Het minste wat de meester verwacht was dat een dienaar zijn talent naar de bank had gebracht om zo rente te ontvangen. Hoe meer je je nek uitsteekt om zo het geloof, de hoop en de liefde die je ontvangen hebt te vermeerderen, hoe groter de beloning. Maar zelfs als je geen risico durft te nemen, als je slechts heel voorzichtig bent terwijl je je geloof, de hoop die in je is, de liefde die je krijgt, laat groeien, is dat al voldoende.

 

Als u over enkele ogenblikken de Communie ontvangt, dan mag u geloven dat het Christus zelf is, die u hiermee hoop geeft op het eeuwige leven, en dat Hij zich aan u geeft als uiting van totale liefde. Gaat u de komende week eens na wat u doet met die genadegaven, hoe u liefde, hoop en geloof vermeerdert. Ik beloof u, dat de Schriftlezing van volgende week er door aan betekenis voor u zal winnen.

 

.

Posted by RK diaken A in 18:40:08 | Permalink | Comments (1) »