De 7 werken van barmhartigheid.
Binnenkort mag ik stage gaan lopen in mijn parochie. Erg spannend allemaal maar ik kijk er enorm naar uit.
Als toekomstige diaken zal ik mij vooral bezig houden met dienstbaar te zijn aan alle mensen. Er wordt dan vaak gerefereerd naar de zogenaamde diaconale taken. Diaconale taken zijn vaak weer gerelateerd aan de 7 werken van barmhartigheid. Kent u ze nog?:
- de hongerigen spijzen
- de naakten kleden
- de vreemdelingen herbergen
Deze taken zijn gelukkig niet alleen aan diaken voorbehouden. Wij allemaal hebben de taak deze 7 werken in de praktijk te brengen. Vaak zien wij in de samenleving vele organisaties ontstaan die gefundeerd zijn op één of meerdere van deze werken. We hoeven maar te denken aan Amnesty International of Unicef. Duidelijk organisaties die al jarenlang ervaring hebben op hun vakgebied.
Wij trekken zelf vaak snel onze portemonnee op het moment dat er geld nodig is voor één van deze organisaties. Heel fijn want anders zouden ze hun goede werken niet op een goede manier kunnen doen. Het doneren van geld moet echter niet voor ons een vrijbrief worden. De werken van barmhartigheid zijn namelijk niet bedoeld om organisaties van middelen te voorzien zodat zij jouw taak kunnen overnemen.
Om te weten wat de bedoeling is van de 7 werken van barmhartigheid, moeten we eerst weten waar ze vandaan komen.
Zes van de werken komen van het Nieuwe Testament en wel uit Matteüs: “Want Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen. Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik zat in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht.” (Matteus 25, 35-36) De zevende is rond het jaar 1200 door Paus Innocentius II toegevoegd toen Europa te maken had met een verwoestende pestepidemie. Deze gaat uiteraard over de doden begraven. De toenmalige Paus haalde dit uit het boek Tobit: “Ik gaf brood aan de hongerigen en kleren aan de naakten; als ik het lijk van een volksgenoot buiten de muren van Nineve zag liggen, dan begroef ik het“. (Tobit 1,17)
Jezus geeft hier aan dat alles wat je voor je medemens hebt gedaan je in principe voor Hem hebt gedaan. Jezus identificeert zichzelf hier met de lijdende mens. In de lijdende mens is Jezus helemaal te herkennen.
Nogmaals is het natuurlijk niet verkeerd goede doelen te steunen met financiële middelen. Maar Jezus roept ons op de lijdende mens te herkennen, het lijden in de mens te herkennen en deze gericht hulp te geven. Ik weet niet hoe het met u zit, maar als ik geld doneer aan Unicef weet ik vaak wel dat het hard nodig is, maar van enig herkenning is praktisch geen sprake. Daarbij kost het me bijna geen moeite, ondanks de economische crisis, geld af te geven aan een goed doel. Daadwerkelijk op pad gaan en mensen te eten geven of te kleden vraagt veel meer. En dat is nu precies wat Jezus aan ons vraagt.
Als diaken zal ik vaak in aanraking komen met de lijdende mens. Mocht ik mij als diaken alleen bezig houden met hongerigen, naakten, dorstigen enzovoorts, dan zou ik veel mensen te kort doen die ook in dit rijtje thuis horen.
Want hoeveel hongerigen de wereld ook heeft, de mensen die hongeren naar de Blijde Boodschap zijn er vele malen meer. Zijn woord is genoeg om iedereen eten te geven. Toen het avond werd, kwamen zijn leerlingen Hem zeggen: ‘Dit is een eenzame plaats en het is al laat geworden. Stuur de mensen weg, dan kunnen ze zelf in de dorpen eten gaan kopen.’ [16] Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg te gaan. Jullie moeten hun te eten geven.’ [17] Zij zeiden Hem: ‘Wij hebben hier niets anders dan vijf broden en twee vissen.’ [18] Hij zei: ‘Breng die hier.’ [19] Hij verzocht de mensen op het gras te gaan zitten, nam die vijf broden en twee vissen, keek op naar de hemel, sprak de zegenbede uit, Hij brak de broden en gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze aan de mensen. [20] Allemaal hadden ze volop te eten. Ze haalden de brokken op die over waren, twaalf korven vol. [21] Afgezien van vrouwen en kinderen waren het zo’n vijfduizend man die gegeten hadden. (matteus 14, 15-21) In de eucharistie vinden we alles om onze honger te stillen.
Hoeveel dorstigen er ook zijn, de hoeveelheid mensen die dorsten naar het Levende water zijn er zoveel meer. Een Samaritaanse vrouw kwam water putten. Jezus sprak haar aan: ‘Geef Mij wat te drinken.’ [8] Zijn leerlingen waren eten gaan kopen in de stad. [9] De Samaritaanse vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt U als Jood te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?’ Joden willen namelijk met Samaritanen niets te maken hebben. [10] Jezus hernam: ‘Als u de gave van God kende, als u wist wie het is die tegen u zegt: geef Mij te drinken, dan had u Hem erom gevraagd en Hij had u levend water gegeven.’ [11] ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘U hebt niet eens een emmer en het is een diepe put. Waar wilt U dat levende water dan vandaan halen? [12] Of bent u soms groter dan onze vader Jakob, die ons de put heeft nagelaten en er zelf uit gedronken heeft, evenals zijn kinderen en zijn kudden?’ [13] Jezus antwoordde: ‘Iedereen die drinkt van dit water, krijgt weer dorst, [14] maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel: het water dat Ik hem zal geven, zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.’ [15] ‘Heer,’ zei de vrouw, ‘geef mij van dat water, dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik hier niet telkens te komen putten.’(Johannes 4, 7-15)
De naakten kleden is ook de mens voorbereiden op de komst van Christus zelf. Waakzaam zijn op Zijn komst. ‘Pas op, Ik kom als een dief! Gelukkig de mens die waakt en zijn kleren aanhoudt, dan hoeft hij niet naakt te gaan en ziet men zijn schaamte niet.’’(Apk 16, 15)
De gevangenen bezoeken is ook hulp geven aan mensen die gevangen zitten in hun eigen denkwijzen. [25] Rond middernacht zongen Paulus en Silas hun gebeden voor God, terwijl de gevangenen toeluisterden. [26] Plotseling deed zich een zo zware aardschok voor dat de fundamenten van de gevangenis schudden. Meteen gingen alle deuren open en sprongen bij iedereen de boeien los. [27] De cipier schoot wakker en toen hij de deuren van de gevangenis open zag staan, trok hij zijn zwaard en wilde hij zelfmoord plegen, omdat hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren. [28] Maar Paulus schreeuwde: ‘Doe uzelf geen kwaad, we zijn er nog allemaal!’ [29] Hij vroeg om licht, rende naar binnen en viel bevend voor Paulus en Silas neer; [30] daarop ging hij met hen naar buiten en zei: ‘Heren, wat moet ik doen om gered te worden?’ [31] Zij antwoordden: ‘Geloof in de Heer Jezus; dan zult u gered worden, u en al uw huisgenoten.’ [32] En ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan al zijn huisgenoten. [33] Nog op dat uur van de nacht nam hij hen mee om hun wonden te wassen. Meteen daarna liet hij zich met al de zijnen dopen. [34] Hij nam hen mee naar zijn woning en zette hun een maaltijd voor; met al zijn huisgenoten verheugde hij zich omdat hij nu in God geloofde. (Hnd 16, 25-34)
Wie was hier de gevangene? Wie moest er gered worden? Niemand anders dan de cipier zelf. De enige redding voor deze gevangene en voor elke gevangene is te geloven in Jezus Christus.
De zieken verzorgen is ook oog hebben voor datgene wat de mens kan verteren. Haat, verdriet, boosheid. De zieken waren degenen die naar Jezus toe kwamen. De Bijbel staat er vol van. Jezus bracht hen genezing maar niet zomaar. [42] Op weg daar naartoe raakte Jezus bekneld in de mensenmassa. [43] Een vrouw* die al twaalf jaar aan vloeiingen leed en haar hele inkomen aan dokters had besteed zonder bij iemand genezing te vinden, [44] kwam van achteren naar Hem toe en raakte de zoom van zijn kleren aan. Onmiddellijk hielden haar vloeiingen op. [45] Jezus vroeg: ‘Wie heeft Me aangeraakt?’ Iedereen ontkende het en Petrus zei: ‘Meester, al die mensen staan te duwen en te dringen om U heen.’ [46] Maar Jezus zei: ‘Iemand heeft Me aangeraakt, want Ik heb kracht van Mij voelen uitstromen.’ [47] Omdat de vrouw besefte dat het niet verborgen kon blijven, kwam ze bevend naar Jezus toe, wierp zich neer voor zijn voeten, en vertelde waar het hele volk bij stond waarom ze Hem had aangeraakt en hoe ze onmiddellijk genezen was. [48] Jezus zei tot haar: ‘Mijn dochter, uw vertrouwen is uw redding; ga in vrede.’(Lc 8, 42- 48)
Alleen het vertrouwen, het geloof in Christus brengt genezing.
De vreemdelingen herbergen. Het opnemen, gastvrij zijn, voor iedereen die zich graag wil thuis voelen in de Katholieke Kerk. Een open gemeenschap zijn waar iedereen zich snel bij thuis voelt. Daarbij zijn wij allemaal vreemdelingen in dit vergankelijk leven. Wij kunnen ons pas echt thuis voelen bij God. [17] Degene die u als Vader aanroept, is ook de onpartijdige rechter over al onze daden; heb daarom ontzag voor Hem, zolang u hier in ballingschap* leeft. (1Pe 1, 17)
De doden begraven. God is de God van levenden. Alles wat ons van God houdt is dood en trekt ons mee, weg van het leven naar de dood. Daar moeten we aan denken. Dat is de opdracht die gegeven wordt. Met Christus verrijzen om nooit meer te sterven. Zelfs in onze donkerste uren, wanneer er geen uitweg meer is, biedt Christus ons het leven. Eén van de misdadigers die daar hingen zei smalend tegen Hem: ‘Ben jij de Messias? Red dan jezelf en ons erbij!’ [40] Maar de ander wees hem terecht: ‘Heb zelfs jij geen ontzag voor God, nu jij ook deze straf ondergaat? [41] In ons geval is dat terecht, want wij krijgen ons verdiende loon. Maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.’ [42] Daarop zei hij: ‘Jezus, vergeet mij niet wanneer U in uw koninkrijk komt.’ [43] Hij zei tegen hem: ‘Ik beloof je, vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs.’( Lucas 23, 39-43)
De 7 werken van barmhartigheid zijn een leidraad voor iedereen. Deze werken zijn niet af te kopen maar vragen van ons een inspanning die we dagelijks moeten uitoefenen. Dagelijks Jezus herkennen in onze medemens.
De beloning is groot.
Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? [38] Wanneer hebben we U als vreemdeling gezien en U opgenomen, of naakt en hebben we U gekleed? [39] Wanneer hebben we U ziek of in de gevangenis gezien en zijn we naar U toe gekomen?” [40] De koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” [41] Dan zal Hij zich ook richten tot hen die aan zijn linkerhand staan en tegen hen zal Hij zeggen: “Ga weg van Mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen. [42] Want Ik had honger en jullie hebben Me niet te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me niet te drinken gegeven, [43] Ik was vreemdeling en jullie hebben Me niet opgenomen, Ik was naakt en jullie hebben Me niet gekleed, Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie hebben niet naar Me omgezien.” [44] Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis en hebben we U niet geholpen?” [45] Dan zal Hij hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je niet voor één van deze minsten hebt gedaan, heb je ook niet voor Mij gedaan.” [46] Zij zullen naar de eeuwige straf gaan, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.’ (mat25, 37-46)
Het eeuwige leven lijkt mij toch een betere optie dan een eeuwige straf. Zeker ook omdat ik weet dat het streven naar het eeuwige leven nu al voor mij en voor iedereen het eeuwige geluk zal brengen. Door nu al te streven naar het eeuwige creëren wij automatisch een stukje Hemel op aarde.
En dat willen we toch allemaal!?